Heb je wel eens een kind in je klas gehad dat een gehoorapparaat draagt? Of ben je ouder van een kind met slechthorendheid? Dan weet je vast dat zo’n klein apparaatje een wereld van verschil kan maken. Maar hoe werkt een gehoorapparaat eigenlijk? En wat kun jij doen om een kind met slechthorendheid zo goed mogelijk te ondersteunen? In dit artikel probeer ik dat uit te leggen. Zo kun je met vertrouwen aan de slag in de klas of thuis!
Wat is een gehoorapparaat?
Een gehoorapparaat is een klein, maar krachtig apparaatje dat geluiden versterkt voor mensen die slechthorend zijn. Het is geen magisch apparaat dat alles weer perfect laat horen, maar het helpt wel om gesprekken, muziek en andere geluiden beter te verstaan. Bijvoorbeeld in een rumoerige klas waar alles wazig klinkt, alsof je onder water bent. Een gehoorapparaat haalt dat ‘onderwatergevoel’ een stukje weg, zodat geluiden duidelijker worden.
Een gehoorapparaat bestaat uit een microfoon, een versterker en een luidsprekertje. De microfoon pikt geluiden op, de versterker maakt ze harder en het luidsprekertje speelt ze af in het oor. Tegenwoordig zijn gehoorapparaten zo klein en slim dat ze bijna niet meer opvallen. Sommige zitten zelfs helemaal in het oor, andere hangen achter het oor met een dun slangetje.
Wist je dat?
Gehoorapparaten zijn tegenwoordig vaak draadloos te koppelen aan telefoons, tablets en zelfs microfoons in de klas. Handig voor kinderen die moeite hebben met horen in een drukke omgeving!
Cochleaire implantaten: een stapje verder
Sommige mensen hebben zo’n ernstige vorm van slechthorendheid dat een gewoon gehoorapparaat niet genoeg helpt. Voor hen is er het cochleair implantaat (CI). Dit is een soort elektronisch oor dat operatief wordt geplaatst. Het omzeilt het beschadigde deel van het oor en stuurt geluidssignalen rechtstreeks naar de gehoorzenuw.
Een CI bestaat uit twee delen: een extern deel dat achter het oor wordt gedragen en een intern deel dat tijdens een operatie wordt geplaatst. Het externe deel pikt geluiden op en stuurt ze door naar het interne deel, dat de gehoorzenuw stimuleert. Zo kan de drager alsnog geluiden waarnemen. Het is geen ‘natuurlijk’ horen, maar met oefening leert de hersenen deze signalen te begrijpen.
Belangrijk om te weten: Een CI is geen quick fix. Kinderen moeten vaak intensief oefenen om te leren luisteren en spreken. Maar met de juiste begeleiding kunnen ze vaak net zo goed meekomen als hun klasgenootjes.
FM-systemen: extra hulp in de klas
In een klas met dertig kinderen is het soms lastig om de leerkracht goed te verstaan, ook met een gehoorapparaat. Gelukkig bestaan er FM-systemen! Zo’n systeem bestaat uit een zendertje dat de leerkracht draagt (bijvoorbeeld als microfoontje om de hals) en een ontvanger die aan het gehoorapparaat of CI van het kind is gekoppeld. Zo hoort het kind de stem van de leerkracht rechtstreeks in zijn of haar oor, zonder storende achtergrondgeluiden.
Dit is bijvoorbeeld handig als je les geeft. Met een FM-systeem hoort het kind met slechthorendheid jouw stem duidelijk, terwijl het geroezemoes van de andere kinderen op de achtergrond blijft. Dat maakt het een stuk makkelijker om mee te doen!
Praktische tips voor in de klas
Als leerkracht kun je veel doen om een kind met een gehoorapparaat of CI te helpen. Hier zijn een paar handige tips:
- Zorg voor een goede zitplaats:
Laat het kind vooraan in de klas zitten, zodat het je lippen kan aflezen en je stem goed hoort. Vermijd plekken bij de deur of het raam, waar geluiden van buiten storend kunnen zijn. - Spreek duidelijk en rustig:
Je hoeft niet harder te praten, maar wel duidelijker. Kijk het kind aan als je praat en gebruik natuurlijke gebaren. Zo kan het kind ook je lippen aflezen. - Zorg dat je zichtbaar bent:
Het is heel logisch dat je jezelf omdraait richting het bord als je iets opschrijft of voorleest. Houdt er rekening mee dat een slechthorend kind dan niet meer je lippen kan lezen. Zorg dus dat je bij het spreken richting de klas kijkt. - Gebruik visuele hulpmiddelen:
Schrijf belangrijke informatie op het bord of gebruik plaatjes om je verhaal te ondersteunen. Dat helpt niet alleen kinderen met slechthorendheid, maar eigenlijk de hele klas! - Check de apparatuur:
Vraag regelmatig of het gehoorapparaat of FM-systeem goed werkt. Batterijen kunnen leegraken en soms gaat er iets mis met de instellingen. Een snelle check kan veel frustratie voorkomen. - Wees alert op achtergrondgeluid:
Een klaslokaal kan best luidruchtig zijn. Probeer storende geluiden te beperken, bijvoorbeeld door de deur dicht te doen of het volume van de computer te verlagen. - Betrek de klas:
Leg uit hoe een gehoorapparaat werkt en waarom het belangrijk is om duidelijk te praten. Zo leren alle kinderen ermee omgaan en voelt het kind met slechthorendheid zich minder ‘anders’.
Ik versta je niet in de klas
Tijdens onze lessen Ik versta je niet leggen we precies uit wat een hoortoestel is, wat het doet en vooral ook wat het niet doet. Bij de pagina ‘voor scholen‘ voor meer informatie.
Misvattingen over gehoorapparaten
Er doen nogal wat misvattingen de ronde over gehoorapparaten. Tijd om daar eens een paar recht te zetten!
Misvatting 1: “Met een gehoorapparaat hoor je weer perfect.”
Helaas is dat niet zo. Een gehoorapparaat versterkt geluiden, maar het herstelt het gehoor niet. Sommige geluiden blijven moeilijk te verstaan, vooral in drukke omgevingen.
Misvatting 2: “Als je een gehoorapparaat draagt, hoef je niet meer naar de lippen te kijken.”
Ook met een gehoorapparaat is het handig om lippen af te lezen. Het geeft extra informatie, vooral als er veel achtergrondlawaai is.
Misvatting 3: “Gehoorapparaten zijn alleen voor oude mensen.”
Nee hoor! Ook kinderen en jongeren kunnen slechthorend zijn (1 op de 7 kinderen tussen 9 en 11 jaar heeft volgens onderzoek gehoorschade opgelopen) en baat hebben bij een gehoorapparaat. Tegenwoordig zijn er zelfs speciale apparaten voor baby’s.
Misvatting 4: “Je kunt met een gehoorapparaat alles horen, ook fluisteren.”
Fluisteren is vaak lastig, zelfs met een gehoorapparaat. Spreek dus gewoon op normale toon, maar wel duidelijk.
Wat kun jij doen als ouder?
Als ouder kun je je kind helpen door thuis een veilige en ondersteunende omgeving te creëren. Hier zijn een paar tips:
- Oefen met luisteren:
Speel spelletjes waarbij je kind moet luisteren, zoals ‘Simon says’ of memory met geluiden. - Moedig communicatie aan:
Stimuleer je kind om te vertellen als het iets niet heeft verstaan. Zo leert het om voor zichzelf op te komen. - Houd contact met school:
Werk samen met de leerkracht en de intern begeleider. Zo weet iedereen wat er speelt en kan je kind optimaal worden ondersteund. - Wees geduldig:
Het wennen aan een gehoorapparaat of CI kost tijd. Geef je kind de ruimte om te oefenen en fouten te maken.
Tot slot: zo help je een kind met slechthorendheid
Een gehoorapparaat, CI of FM-systeem kan een kind met slechthorendheid enorm helpen, maar het is geen wondermiddel. Als leerkracht of ouder kun jij het verschil maken door rekening te houden met de behoeften van het kind. Zorg voor een rustige omgeving, spreek duidelijk en wees geduldig. En onthoud dat elk kind uniek is. Wat voor de één werkt, hoeft niet voor de ander te gelden.
Met de juiste ondersteuning kunnen kinderen met slechthorendheid net zo goed meedoen als hun klasgenootjes. Ze kunnen naar school, sporten, muziek maken (echt waar!) en later een beroep uitoefenen. Slechthorendheid hoeft geen belemmering te zijn, maar vraagt wel om begrip en aanpassingen. En jij kunt daar een belangrijke rol in spelen!
Heb je hulp nodig of wil je meer weten over slechthorendheid en oplossingen daarvoor? Voel je vrij contact op te nemen. Wij staan je altijd graag, en vrijblijvend, te woord.

